Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Drie jaar na invoering van de Omgevingswet (medio 2021) moeten alle steden in Nederland een nieuwe omgevingsvisie hebben ontwikkeld: de lokale vertaling van de nieuwe Omgevingswet die aanzienlijk minder regels opwerpt. De vraagstukken zijn complex: energietransitie, circulaire economie, ecologie en sociale ongelijkheid. Ze vragen om een integrale en inclusieve benadering van de stad. Het is een benadering die meer door onderliggende waarden dan door regels zal worden bepaald. Het denken vanuit waarden en kaders is niet nieuw, maar krijgt met de Omgevingswet nieuw elan. Per gemeente is de invulling verschillend.

Meerstemmige Steden

Online meeting, 26 maart 2020
Het Nieuwe Instituut, Gemeente Amsterdam, VNG en Deltametropool.

Op 26 maart 2020 kwamen gemeentelijke denkers en doeners op het gebied van de Omgevingswet online bij elkaar tijdens een Zoom-meeting van vijf kwartier, gemodereerd door Farid Tabarki (Studio Zeitgeist). De gedachtewisseling had als doel om de ruimtelijke en democratische mogelijkheden en moeilijkheden te verkennen. De bijeenkomst werd georganiseerd ter vervanging van het symposium Meerstemmige Steden, dat in Het Nieuwe Instituut plaats zou vinden op 26 maart 2020.

  • John de Ruiter is adviseur Next City bij de gemeente Rotterdam
  • Frank van den Beuken is inhoudelijk projectmanager omgevingsvisie bij de gemeente Amsterdam
  • Martin Verwoest is stedenbouwkundig supervisor bij de gemeente Leiden
  • Irma Dekker is kwartiermaker bij de gemeente Dongen
  • Ellen de Bonth is directeur Samenleving bij de gemeente Dongen
  • Arjen Vedder is planoloog bij de gemeente Zwolle
  • Caroline Nevejan is Chief Science Officer bij de gemeente Amsterdam

Waarden

John de Ruiter: In Rotterdam zijn allerlei transities en veranderingen aan de gang. Tijdens eerdere visietrajecten hebben we al veel kernwaarden geformuleerd, maar door alle nieuwe ontwikkelingen, zoals de energietransitie, hebben we nieuwe labels nodig. Wij hebben nu perspectieven benoemd. Daaronder verstaan we bijvoorbeeld circulair, compact, productief en gezond. Daarmee blijven we flexibel omgaan. Je leert continu hoe je dat doet.

Frank van den Beuken: Het maken van een omgevingsvisie is een goede oefening in integraliteit. Voor de omgevingsvisie Amsterdam 2050 werken we met tien kernwaarden, zoals klimaatneutraal, gezond, leefbaar en ruimtelijke kwaliteit. De zoektocht is: hoe kunnen we de balans vinden tussen die waarden. Dat doen we door de spanningen en synergiekansen tussen de verschillende waarden inzichtelijk te maken. Er spelen grote krachten op de stad en de ruimte en het geld is beperkt. Dat maakt dat er keuzes nodig zijn welke waarden voorrang moeten krijgen en wat dat dan in de praktijk betekent.

Martin Verwoest: Bij ons in Leiden was er al een structuurvisie, maar ontbrak de integrale benadering. Met inzichten van deskundigen begon de gemeente het gesprek met de buren. Vanuit vertrouwen ontstond samenwerking rondom de waarden die we met elkaar delen: mooi, open, sterk en compleet.

Irma Ramackers: In Dongen hebben we het DNA van onze gemeente in vijf waarden. Vindingrijkheid, initiatief, gewoon bijzonder, goed voor elkaar, warm. Die kunnen dienen als kader voor de omgevingsvisie, waar Dongen net mee begonnen is. Hoe je de kernwaarden in een specifiek gebied in de praktijk brengt, is interessant. Vindingrijkheid kan immers betekenen minder regels, of minder geld. Dat hangt af van het karakter van elk gebied.

Ellen de Bonth: Ik voeg nog even toe dat Dongen – net als provincie Noord-Brabant – breed, diep en rond wil kijken: breed staat voor participatie van bewoners en ondernemers, diep staat voor een dynamiek verder dan het hier en nu, en rond staat voor verschillende perspectieven.

Arjen Vedder: In Zwolle hebben we heel bewust gekozen voor de vraag: wat vindt Zwolle nou belangrijk? Daar komen de waarden in terug. We wilden het menselijk kapitaal als belangrijkste kapstok neerzetten: ontmoeten, verbinden, innovatie en met name ook de economische impuls. We gaan nu de tweede fase in om het ‘wat’ naar het ‘waar’ vertalen: een gebiedsgerichte uitwerking. Het klinkt gek in coronatijd, maar we willen de ruimte intensiever, multifunctioneler, gaan gebruiken voor ontmoeting en ontplooiing.

Kansen voor de toekomst

AV: Van sommige waarden weet je nog niet wat er op je afkomt. De toekomst is niet voorspelbaar, wel voorstelbaar.

IR: Je Omgevingsvisie moet dus ook dynamisch zijn, juist omdat mensen op een gegeven moment denken, hee, we hebben nog veel te weinig aandacht voor energie gehad.

EB: We hebben in Dongen samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een pilot gedaan rondom de Sustainable Development Goals.

MV: We zijn gericht op mensen met een specifieke rol afgestapt zoals de buschauffeur en de huisarts. We vroegen ze gewoon: ‘Als dit op ons afkomt, hoe zou u in 2040 de omgeving voor u zien en hoe wilt u dat de overheid u daarbij helpt?’

FB: In Amsterdam gebruiken we het begrip ‘gewortelde stedelijkheid’. We willen ruimte bieden aan nieuwe stedelijke ontwikkelingen in de stad en kijken of dat met geworteldheid in het gebied kan: meer locatiespecifiek en met betrokkenheid van bewoners en ondernemers in het gebied. Studenten van de UVA doen momenteel een scriptieonderzoek naar de mate van stedelijkheid en de mate van geworteldheid van een aantal plekken in Amsterdam die de afgelopen tien jaar ontwikkeld zijn.

Samen

JR: Hoe pak je het samen aan? In de vorm is eigenlijk niet zo veel veranderd. Je werkt interactief en betrekt zo veel mogelijk relevante partners. Vroeger was één en één twee, toen moest één
en één drie worden en nu moet één en één één blijven.

MV: De oplossingen zijn allemaal ruimtevragers. Voor gezondheid en de energietransitie is steeds een integrale visie op de fysieke leefomgeving nodig. Leiden heeft daar uitgangspunten op geformuleerd zoals ‘travel light’ en ‘content-driven’. ‘Travel light’ betekent: werk vanuit vertrouwen en houd het licht. ‘Content-driven’ staat voor: laat de inhoud de samenwerking bepalen. Een integrale aanpak is essentieel.

FB: Het maakproces van de omgevingsvisie Amsterdam is gelinkt aan de agenda Democratisering Amsterdam. Dat gaat verder dan participatie. Het college van B&W wil de representatieve democratie aanvullen met meer eigenaarschap
en zeggenschap in buurten. De Omgevingsvisie ondersteunt deze democratiseringsbeweging door principes te formuleren voor Amsterdams stadmaken en door de visie al coproducerend middels een groeiend verhaal te laten ontstaan.

EB: Vroeger betrok je bij het ontwikkelen van een visie ook wel meerdere disciplines. Maar nu lever je als overheid een halffabricaat en moet je er vervolgens mee naar buiten, bijvoorbeeld via sociale media.

JR: In Rotterdam waren wel 100 à 150 mensen betrokken, van artsen tot ecologen.

Durf te falen!

EB: De Omgevingswet vraagt een ander type leiderschap. Je moet de toekomst niet willen controleren maar mogelijk maken. Vraag de ruimte aan de raad, provincie en andere stakeholders om te kunnen leren en te kunnen experimenteren. Als je met elkaar goed afspreekt wat je écht wilt beschermen, zoals de gezondheid en het erfgoed, kun je verder buiten de lijntjes kleuren en het anders aanpakken.

AV: Je kunt de gemeenteraad de ruimte voor onzekerheid laten vaststellen.

JR: Wij doen rondom Next City veel pilots. We gaan gestructureerd op zoek naar nieuwe inzichten en data.

Frappez toujours

MV: Frappez toujours! Blijf communiceren en kijk daarbij naar de levensstijl van mensen. De een vindt een brief fijn, een ander krijgt liever een appje. Wij hebben verhaallijnen voor Leiden gemaakt, die door blijven lopen. Als het gesprek stroever verloopt, kun je altijd terugkeren naar de gezamenlijkheid met behulp van de verhaallijn. Maak het gesprek vooral concreet. Leg de kaart op tafel en vraag aan mensen: wat wil jij nou veranderen aan je eigen leefomgeving?

Samenredzaamheid

Aan het slot van het gesprek kreeg onder andere Caroline Nevejan nog even het woord als reactie op wat er tot dan toe gezegd (en niet gezegd) was.

CN: Ik ben heel blij om jullie allemaal te horen en te zien online. Behalve verdriet en ontwrichting, brengt de crisis ons hopelijk ook noodzakelijk inzicht. In die zin kan deze corona crisis een groot cadeau zijn; het is een milde oefening voor de klimaatcrisis die aan het ontstaan is. Het is essentieel om ervan te leren. De grote vraag is: hoe gaan we kennis van de mensen gebruiken voor deze ‘values for survival’? Als de mensen voelen wat belangrijk is, zullen ze deze waarden vaker delen. We moeten al die kennis natuurlijk wel zien te oogsten.

FB: Misschien is samenredzaamheid wel een belangrijk woord als we meer crisisbestendig willen worden. Mensen kunnen samen een heleboel oplossen. De overheid kan daarbij ondersteunend zijn.

Farid Tabarki: Als de crisis waar we inzitten het vrije individu één ding heeft geleerd, dan is dat wel dat volkomen vrijheid een illusie is en dat we afhankelijker zijn van elkaar dan we dachten. Zonder omgeving is niemand iemand. We gaan op zoek naar onze unieke betekenis binnen de verbanden waarin we leven. Hoe een gemeente de totstandkoming van een omgevingsvisie ook aanvliegt, dat laatste hebben ze allemaal met elkaar gemeen.

Moderatie: Farid Tabarki
Tekst: Farid Tabarki and Rindert de Groot

Nuttige links

https://mijnomgevingsvisie.nl/
https://issuu.com/gemeenteamsterdam/docs/planamsterdam-04-2019www/20
http://trendrede.nl

Guus Beumer, artistiek directeur Het Nieuwe Instituut
Francien van Westrenen, Hoofd Agentschap, Het Nieuwe Instituut
Afaina de Jong, architect en kunstenaar; Debra Solomon, onderzoeker en kunstenaar
Richard Niessen
Eric Roelen
Caroline Nevejan (Chief Science Officer Gemeente Amsterdam), Klaas Kuitenbrouwer, senior onderzoeker, Het Nieuwe Instituut